Praktijkcase

Kan een werknemer een opzegtermijn van 4 maanden afdwingen?

Leestijd 2 minuten

In de arbeidsovereenkomst is het volgende opgenomen: ‘Voor werknemer en werkgever heeft een opzegtermijn van 2 maanden te gelden.

Stelling: De werknemer kan een opzegtermijn voor werkgever van 4 maanden afdwingen.

De basisregel

In de regel geldt dat voor een werknemer een opzegtermijn van één maand geldt. De opzegtermijn voor werkgever wordt naar mate het dienstverband voortduurt steeds langer, zulks tot een opzegtermijn van vier maanden bij een dienstverband dat vijftien jaar of langer heeft geduurd. Dit is de basisregel. Van deze basisregel kan echter in een arbeidsovereenkomst – of cao – worden afgeweken.

Afwijken van de basisregel

De voor de werkgever geldende opzegtermijn kan schriftelijk worden verlengd of in een cao worden verkort. Daarbij geldt dat de voor werknemer geldende opzegtermijn schriftelijk kan worden verlengd, mits de opzegtermijn niet langer is dan zes maanden en de voor werkgever geldende opzegtermijn ten minste het dubbele bedraagt.

De stelling

In de stelling is een verlengde opzegtermijn voor de werknemer opgenomen en is de opzegtermijn voor werkgever en werknemer gelijk. Dat is niet conform de afwijkingsmogelijkheid zoals hierboven omschreven. Dat maakt dat het opzegbeding vernietigbaar is. Dit geeft de werknemer twee keuzes:

  1. De werknemer houdt de werkgever aan de overeengekomen opzegtermijn van twee maanden; óf
  2. De werknemer vernietigt het volledige opzegbeding en dwingt de wettelijk geldende opzegtermijn uit de basisregel af.

Conclusie

De stelling is in de basis onjuist. De werknemer kan alleen een opzegtermijn voor de werkgever van 4 maanden afdwingen op het moment dat het dienstverband 15 jaar of langer heeft geduurd en hij het opzegbeding laat vernietigen. Als de werknemer korter dan 15 jaar in dienst is, kan hij geen opzegtermijn van 4 maanden afdwingen.