Blog

Wat kun je met de Wagevoe bereiken bij een aandeelhoudersconflict?

Leestijd 4 minuten

De vorige delen van deze reeks gingen over wat er veranderd is, hoe het uitpakt en hoe je je dossier op orde krijgt. Blijft over de vraag die je als ondernemer eigenlijk als eerste stelt: wat levert het mij op?

Vijf dingen kun je met de vernieuwde geschillenregeling bereiken. En er zijn drie dingen die je er niet mee bereikt. Die eerlijkheid hoort erbij.

1. Definitief uit elkaar, tegen een reële prijs

Dit is de kern. Een enquêteprocedure kan ingrijpen, maar levert geen definitieve overdracht van aandelen op. De geschillenregeling doet dat wel: de rechter veroordeelt tot overdracht of overname en stelt de prijs vast.

Uitgangspunt daarbij is dat de vertrekkende aandeelhouder recht heeft op een reële en redelijke vergoeding. Voor de waardering benoemt de Ondernemingskamer een deskundige, die werkt volgens de Leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling die zij op 24 februari 2025 publiceerde.

Dat is niet slechts een technische exercitie. In één zaak liet de Ondernemingskamer de deskundige twee waarderingen maken: één op basis van de bestaande structuur, en één alsof activiteiten die buiten de vennootschap waren voortgezet daar nooit uit waren gehaald. Zo wordt een geschilpunt over onttrekkingen onderdeel van de prijs, in plaats van onderwerp van een aparte schadeprocedure.

2. Een correctie op de prijs bij verwijtbaar handelen

Waar de omstandigheden daarom vragen, kan de rechter de prijs verhogen met een billijke verhoging. Hoe ver dat kan gaan, laat een zaak uit december 2025 zien. Een onderneming was door het handelen van de meerderheidsaandeelhouder en zijn zoon ten gronde gericht. De Ondernemingskamer stelde de waarde van de aandelen op nihil en kende vervolgens een billijke verhoging toe van € 656.000, gebaseerd op een waardering uit 2022 en gecorrigeerd voor marktomstandigheden die voor rekening van alle aandeelhouders blijven.

Aandelen zonder waarde, en toch een substantiële vergoeding. Voor wie is klemgezet, is dat een wezenlijk perspectief.

3. Tempo, en daarmee onderhandelingsruimte

De mediane doorlooptijd in geschillenregelingszaken lag in 2025 op 158 dagen. Ruim vijf maanden dus, tegenover procedures die vroeger jaren konden duren.

Dat tempo verandert het gesprek nog vóór de zitting. Wie weet dat er over vier maanden een rechter over zijn zaak oordeelt, onderhandelt anders dan wie weet dat er jaren procederen aankomt. De cijfers bevestigen het: 45,6 procent van de geschillenregelingszaken werd voor, tijdens of na de zitting ingetrokken of geschikt, tegenover 28,6 procent bij enquêteverzoeken.

Een verzoekschrift is dus vaak geen route naar een uitspraak, maar naar een regeling waar je zelf over meebeslist.

4. Ingrijpen terwijl de procedure loopt

Combineer je je verzoek met een enquête, dan kan de Ondernemingskamer onmiddellijke voorzieningen treffen. Denk aan de benoeming van een tijdelijke bestuurder met beslissende stem, het schorsen van een bestuurder of het in beheer geven van aandelen. In 2025 benoemde zij achttien keer een bestuurder en tien keer een beheerder van aandelen.

Zo’n voorziening doet twee dingen tegelijk. Ze haalt de onderneming uit de patstelling, en ze verandert de verhoudingen tussen partijen. In één zaak benoemde de Ondernemingskamer een derde bestuurder met de opdracht een werkbare ontvlechting te verkennen, en parkeerde zij de beslissing over uitstoting zes maanden. Dat is precies het soort maatwerk waar de nieuwe regeling ruimte voor biedt.

5. Eén procedure in plaats van drie

Samenhangende vorderingen, bijvoorbeeld tot schadevergoeding, kunnen in dezelfde procedure worden meegenomen als er voldoende samenhang is. Dat voorkomt dat je naast de ontvlechting nog een bodemprocedure bij de rechtbank moet voeren.

Met een kanttekening: de Ondernemingskamer kan besluiten samenhangende vorderingen af te splitsen als gezamenlijke behandeling de zaak te veel zou vertragen, en een forumkeuzebeding in je aandeelhoudersovereenkomst kan maken dat zij zich voor dat deel onbevoegd verklaart.

En wat kun je er níét mee?

Het is geen strafmiddel. Gedwongen vertrek blijft een ultimum remedium. Verstoorde verhoudingen alleen zijn onvoldoende. Volstaat een lichtere maatregel, dan kiest de Ondernemingskamer daarvoor. Van de 27 beschikkingen in 2025 waren er 6 afwijzend.

Het is geen redding voor een lege vennootschap. Gaat de onderneming tijdens de procedure ten onder, dan kan het belang bij uitstoting verdwijnen. In één zaak strandde het verzoek precies daarop nadat de vennootschap failliet ging.[^8] Wachten kost je je zaak.

Het is niet gratis. Naast advocaatkosten draag je bij aan het voorschot van de deskundige. De Ondernemingskamer kan die kosten verdelen, en doet dat soms in gelijke delen als beide partijen aan de situatie hebben bijgedragen.

Wat betekent dit voor jou?

De Wagevoe heeft van de geschillenregeling een reëel instrument gemaakt in plaats van een theoretisch recht. Je kunt binnen enkele maanden een uitspraak hebben, tegen een prijs die de rechter toetst, met de mogelijkheid om onderweg in te grijpen.
Maar de belangrijkste winst zit niet in de uitspraak. Die zit in de positie die je inneemt zodra de procedure loopt. Bijna de helft van de zaken eindigt in een regeling, en of die regeling goed voor je uitpakt, wordt bepaald door de kwaliteit van je dossier en de scherpte van je routekeuze.

Overweeg je een procedure, of ligt er een verzoekschrift van je mede-aandeelhouder op de mat? Onze corporate litigation-advocaten in Tilburg en Breda bekijken graag met je welke route je het snelst bij een werkbare uitkomst brengt.
 
Lees ook de overige delen van deze reeks over de Wagevoe:
Deel 1 | Wagevoe: wat is er veranderd bij aandeelhoudersconflicten? 
Deel 2 | Eén jaar Wagevoe: wat leren we van de eerste uitspraken?
Deel 3 | Uittreden als aandeelhouder? Zonder dossier geen zaak.