Blog

Uittreden als aandeelhouder? Zonder dossier geen zaak

Leestijd 4 minuten

“Het is gewoon niet meer te doen met hem.” Dat is vaak de eerste zin van een gesprek bij ons op kantoor. En het is meestal waar. Maar het is geen grond om je aandelen te laten overnemen.
De Ondernemingskamer beoordeelt geen sfeer, maar stukken. In 2025 werden van de 27 beschikkingen in geschillenregelingszaken er 6 afwijzend. Vrijwel steeds gaat het daarbij om hetzelfde: een verhaal dat klopt, maar een dossier dat het niet draagt. In dit derde deel van onze reeks lees je hoe je dat voorkomt.

Wat moet je eigenlijk bewijzen?

Voor het uittreden als aandeelhouder geldt sinds de Wagevoe deze maatstaf: je wordt door gedragingen van één of meer medeaandeelhouders zodanig in je belangen geschaad, dat voortzetting van je aandeelhouderschap in redelijkheid niet langer van je kan worden gevergd.

Gedragingen. Niet een gevoel, niet een verslechterde sfeer, maar handelingen. Wie wat deed, wanneer.

Schade aan jouw belangen. Je moet laten zien wat die handelingen jou hebben gekost: geen informatie, geen dividend, geen invloed, geen positie.

Dat het niet meer van je gevergd kan worden. Dus ook: dat je het hebt geprobeerd. Dat je hebt aangekaart, voorgesteld, gewaarschuwd, en dat het niet hielp.

Bij uitstoting geldt een spiegelbeeldige norm die draait om het belang van de vennootschap. Ook daar is de kern hetzelfde: concreet, gedocumenteerd, en met alternatieven die zijn geprobeerd.

Waar gaat het meestal mis?

De verwijten blijven abstract

Dit is de belangrijkste valkuil. In één zaak wees de Ondernemingskamer zowel het enquêteverzoek als het uittredingsverzoek af, onder meer omdat de verzoekster onvoldoende had onderbouwd wat een onderzoek nog zou toevoegen en in hoeverre haar eigen pogingen tot onderzoek werden gefrustreerd.

“Hij houdt informatie achter” is een stelling. “Op 12 maart heb ik schriftelijk om de conceptjaarrekening en de debiteurenlijst gevraagd, op 4 april herinnerd, en op 19 juni had ik nog niets ontvangen” is bewijs.

Er is nooit iets schriftelijk gevraagd

Het bestuur moet de algemene vergadering alle verlangde inlichtingen verschaffen, tenzij een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet (artikel 2:217 lid 2 BW). Daarnaast kan artikel 2:8 BW meebrengen dat het bestuur in besloten verhoudingen ook buiten de vergadering om transparant moet zijn en de aandeelhouder ruimhartig moet informeren.

Dat is een sterk recht. Maar je kunt alleen aantonen dat het is geschonden als je het schriftelijk hebt ingeroepen. Een verzoek in de wandelgang bestaat juridisch niet.

De aandeelhoudersovereenkomst wordt over het hoofd gezien

Staat er in je statuten of aandeelhoudersovereenkomst al een regeling voor vertrek, dan gaat die in beginsel voor op de wettelijke route (artikel 2:337 lid 1 BW). In de zojuist genoemde zaak liep het verzoek er mede op stuk dat de aandeelhoudersovereenkomst een leaver-regeling met een prijsbepalingsmechanisme bevatte waaraan de aandeelhoudster gebonden was.

Andersom geldt ook: niet elke bepaling blokkeert de wettelijke route. Een beroep op een afwijkende regeling slaagt alleen voor zover die bepaling de overdracht van de aandelen of certificaten daadwerkelijk mogelijk maakt. Dat is dus altijd het eerste dat we nakijken.

Er wordt te laat begonnen

Timing is inhoud. In één zaak strandde een uitstotingsverzoek doordat de vennootschap tijdens de procedure failliet ging; het belang van de vennootschap bij uitstoting ontbrak daarmee, en de verzoeker had zijn eigen belang bij een enquête onvoldoende toegelicht.[^6] Wie te lang wacht, procedeert over een lege huls.

Het eigen aandeel wordt weggemoffeld

Ook jouw gedrag komt op tafel. Dat hoeft niet fataal te zijn: in een zaak waarin twee van de vier aandeelhouders stelselmatig buiten de onderneming waren geplaatst, wees de Ondernemingskamer de uittreding toe, ook al viel de verzoekers zelf iets te verwijten. Dat eigen handelen leidde wel tot een bijzondere kostenverdeling, waarbij elke partij een kwart van het deskundigenvoorschot draagt.

Wees dus eerlijk over je eigen rol. Een dossier dat alleen heiligen kent, gelooft geen rechter.

Wat hoort er in je dossier?

Begin vandaag, ook als je nog niet weet of je gaat procederen.

  1. Een chronologie. Eén document, datum voor datum, met per gebeurtenis een verwijzing naar het onderliggende stuk. Dit is het skelet van je verzoekschrift.
  2. Notulen en besluitenlijsten. Van elke aandeelhoudersvergadering en elk bestuursoverleg. Zijn ze er niet, maak dan zelf een verslag en stuur dat rond met het verzoek om te bevestigen of aan te vullen. Ook een onbeantwoorde bevestigingsmail is bewijs.
  3. Schriftelijke informatieverzoeken. Met termijn, met herinnering, met wat je wel en niet kreeg.
  4. Financiële stukken. Jaarrekeningen, dividendbesluiten, rekening-courantverhoudingen, managementvergoedingen. De prijs is uiteindelijk de kern van de zaak, en die begint hier.
  5. De escalatiebrief. Eén brief waarin je benoemt wat er speelt, wat je hebt geprobeerd en wat je voorstelt. Zo’n brief laat later zien dat je alternatieven hebt gezocht.
  6. Bewijs van pogingen tot oplossing. Een mediationvoorstel, een aanbod om aandelen te kopen of te verkopen, een voorstel voor een derde bestuurder. De Ondernemingskamer kijkt uitdrukkelijk of een lichtere maatregel had volstaan.
  7. Je eigen documenten. Statuten, aandeelhoudersovereenkomst, administratievoorwaarden bij een STAK, managementovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten.

Wat betekent dit voor jou?

Het verschil tussen een toegewezen en een afgewezen verzoek zit zelden in de ernst van het conflict. Het zit in de vraag of je het kunt laten zien.

Bedenk daarbij dat je dossier twee functies heeft. Het moet de Ondernemingskamer overtuigen, maar het moet vooral je wederpartij overtuigen. Bijna de helft van de geschillenregelingszaken eindigt in een schikking op of rond de zitting. Een dossier dat er staat, brengt die schikking dichterbij en verbetert je positie erin.

En als je nog niet in een conflict zit: dit is het moment om je aandeelhoudersovereenkomst tegen het licht te houden. Een heldere exitregeling met een werkbaar waarderingsmechanisme voorkomt het merendeel van de procedures die wij voeren.

Twijfel je of jouw dossier de toets doorstaat? Onze corporate litigation-advocaten in Tilburg en Breda kijken graag met je mee.

In deel 4 van deze reeks: wat kun je met de Wagevoe nu eigenlijk bereiken, en waar houdt de regeling op?
 
Lees ook de overige delen van deze reeks over de Wagevoe:
Deel 1 | Wagevoe: wat is er veranderd bij aandeelhoudersconflicten? 
Deel 2 | Eén jaar Wagevoe: wat leren we van de eerste uitspraken?
Deel 4 | Wat kun je met de Wagevoe bereiken bij een aandeelhoudersconflict?