Ondernemende advocaten voor de ondernemer

Standaardfactuur bij verwijdering gasaansluiting niet altijd toegestaan

De Rijksoverheid wil de CO2-uitstoot verminderen door over te stappen op duurzame energie. Uit de praktijk blijkt dat huiseigenaren die hieraan gevolg willen geven en zodoende van het gas af willen, vrijwel standaard een factuur ontvangen van de netbeheerder voor het verwijderen van de gasaansluiting, vaak ten bedrage van honderden euro’s. Recentelijk heeft de rechtbank een streep gezet door deze ‘standaard’-werkwijze.

Geen contractuele of wettelijke grondslag

Uit het vonnis van de Rechtbank Nederland van 4 augustus 2020, blijkt dat de vordering van de netbeheerder tot betaling van de factuur voor het verwijderen van de gasaansluiting wordt afgewezen. De netbeheerder was op eigen initiatief overgegaan tot het verwijderen van de gasaansluiting, nadat de consument de met haar gesloten aansluit- en transportovereenkomst voor gas (hierna: de ATO) had opgezegd en haar had laten weten dat hij definitief geen gebruik meer wenste te maken van de gasaansluiting. Op grond van de ATO, de bijbehorende Algemene Voorwaarden, de Tarievencode Gas en de Gaswet, stelt de Netbeheerder voor deze verwijdering een eenmalige vergoeding in rekening te mogen en moeten brengen, in dit geval van € 399,30.

De rechter overweegt in dit geval dat een contractuele basis om de verwijderingskosten aan de consument door te berekenen ontbreekt. Zowel in het Burgerlijk Wetboek als in de Gaswet is bepaald dat (algemene) voorwaarden die worden verbonden aan een ATO met een consument, voor of bij het sluiten van die overeenkomst moeten worden verstrekt. De Netbeheerder heeft dit nagelaten, althans dat dit is gebeurd is niet gebleken, zodat de consument op goede gronden de vernietiging van de Algemene Voorwaarden heeft ingeroepen. Verder bepaalt de ATO zelf niets over het verwijderen van gasaansluitingen en in dit geval heeft de consument dus geen opdracht aan de netbeheerder gegeven om de gasaansluiting weg te halen, zodat er geen contractuele verhouding bestaat op grond waarvan de Netbeheerder de verwijderingskosten in rekening kan en mag brengen.

Alles overziende is de kantonrechter van oordeel dat de netbeheerder onvoldoende heeft onderbouwd dat er een wettelijke grondslag is om de kosten voor het (ongevraagd) verwijderen van de gasafsluiting in rekening te brengen.

Dat de netbeheerder verplicht is te zorgen voor een veilig gasnet en netverlies moet voorkomen en daarom genoodzaakt is om een aansluiting, waarvan definitief of gedurende een langere tijd geen gebruik meer wordt gemaakt, te verwijderen, leidt niet tot een andere conclusie. Door de consument is de noodzaak betwist om over te gaan tot verwijdering, maar ook als die er wel zou zijn volgt daaruit nog niet dat de netbeheerder de verwijderingskosten die zij voor de uitvoering van die wettelijke taak moet maken bij de consument in rekening kan brengen. Ook niet indien bedacht wordt dat de meter eigendom is van de netbeheerder en zich in de woning van de consument bevindt. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat het de consument vrij stond de ATO op ieder gewenst moment op te zeggen en daarna ook geen gebruik meer van de aansluiting heeft gemaakt. Het argument van de netbeheerder dat ook verwijderingskosten door tarieven en vergoedingen moeten worden gedekt is goed te volgen, maar voor het doorberekenen aan een aangeslotene moet een contractuele of wettelijke basis bestaan.

Prejudiciële vragen

Tot slot overweegt de kantonrechter nog wel het volgende, hetgeen van belang is in deze zaak en zodoende ook voor vergelijkbare zaken.

De kantonrechter realiseert zich dat haar oordeel afwijkt van beslissingen die in andere zaken zijn gegeven en dat de netbeheerder niet de mogelijkheid heeft om in appel te gaan. Dat komt de rechtseenheid en rechtszekerheid niet ten goede. Zij heeft daarom overwogen om eerst nog prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Het lijkt echter doelmatiger om dat te doen in een zaak waarin eventueel ook vragen over de vernietigbaarheid van de Algemene Voorwaarden om andere redenen dan een ‘te late terhandstelling’ kunnen worden gesteld. Daaraan wordt in deze procedure niet toegekomen, omdat beantwoording daarvan niet nodig is om op de vorderingen van de netbeheerder te kunnen beslissen. Indien de netbeheerder in de toekomst een zaak heeft die zij geschikt acht voor het stellen van prejudiciële vragen over deze kwestie, kan zij dat desgewenst aangeven.

Meer informatie/contact
Mocht u advies wensen met betrekking tot een geschil met uw netbeheerder. Neem dan contact op met Jaap Paijmans of één van de andere advocaten gespecialiseerd in het Huurrecht.

Lees ook