Ondernemende advocaten voor de ondernemer

Stadsverwarming: naar de rechter of toch beter schikken?

Een groot aantal bewoners van de Tilburgse Reeshof heeft met warmteleverancier Ennatuurlijk een minnelijke regeling getroffen over in rekening gebrachte en te brengen tarieven. Sommige bewoners hebben besloten om die regeling niet te accepteren en tegen Ennatuurlijk te procederen. Eén van die bewoners heeft recent van de rechter in een procedure tegen Ennatuurlijk het deksel op de neus gekregen.

Waar ging de zaak over?

De bewoner had van de gemeente Tilburg in 1994 bouwgrond gekocht en daarop zijn huis laten bouwen. Bij levering van de bouwgrond had hij zich verplicht om zich aan te sluiten op de stadsverwarming. In 2014 heeft de bewoner besloten om een warmtepomp aan te schaffen en zelf te voorzien in de verwarming van zijn woning. Hij heeft daarop het contract met Ennatuurlijk om warmte te leveren opgezegd en vervolgens geen warmte meer afgenomen. De bewoner vindt dat hij na opzegging geen vaste kosten voor de aansluiting meer is verschuldigd, eigenaar is van de afleverset die in de meterkast hangt en teveel vaste kosten aan Ennatuurlijk heeft betaald.

Overeenkomst van opdracht

De rechter vindt onder meer dat de aansluitovereenkomst geen overeenkomst van opdracht is, maar een overeenkomst van aanneming van werk. Dit is volgens de rechter van belang omdat een overeenkomst van opdracht door een consument kan worden opgezegd, terwijl dat bij een overeenkomst van aanneming van werk niet mogelijk is. Deze conclusie is in het licht van een recent arrest van het Hof ’s-Hertogenbosch van 4 april 2017 opmerkelijk. Het Hof ging in dat arrest uit van een overeenkomst van opdracht.

Eigendom en huur afleverset

De rechter vindt dat Ennatuurlijk eigenaar is van de afleverset, die zich in de meterkast van de woning bevindt. Ook het Hof Den Haag is het hier blijkens een uitspraak van 16 mei 2017 mee eens, alhoewel dit standpunt op gespannen voet staat met jurisprudentie van de Hoge Raad.

Voor wat betreft de huur die Ennatuurlijk in rekening brengt voor de afleverset, is van belang of dit vóór 1 januari 2014 (de datum dat de Warmtewet in werking is getreden) ook al het geval was. De rechter vindt (kort door de bocht) dat huur in rekening mag worden gebracht, omdat er een aansluit- en warmteleveringsovereenkomst is gesloten. Omdat de aansluitovereenkomst voor de bewoner nog niet is geëindigd mag Ennatuurlijk van de rechter vaste kosten in rekening blijven brengen voor het laten voorbestaan van die aansluiting. De vraag is of dit wél juist is.

Op grond van de Warmtewet dienen warmteleveranciers een redelijke huur voor een afleverset in rekening te brengen. Dit is tot op heden niet het geval. De door warmteleveranciers in rekening gebrachte huurbedragen en de normbedragen waarmee de Autoriteit Consument en Markt (ACM) rekent zijn (veel) te hoog, zeker als dit wordt afgezet tegen marktprijzen voor afleversets, die door warmteleveranciers groot kunnen worden ingekocht en onderhoudsarm zijn. De ACM verricht al jarenlang onderzoek naar de hoogte van redelijke huurprijzen voor afleversets, zonder dat dit zelfs maar leidt tot enig inhoudelijk onderzoeksresultaat. Dit betekent dat rechtsbescherming van warmtegebruikers van rechters moet komen, hetgeen in deze zaak helaas niet is gebeurd.

Periodieke aansluitbijdrage

Tot slot geeft de rechter een oordeel over de periodiek betaalde aansluitbijdrage. De bewoner stelde, net als vele andere bewoners van de Reeshof, dat hij ten onrechte een bedrag ineens en (gedurende vele jaren nietsvermoedend) een periodiek bedrag aan aansluitbijdrage heeft betaald.

De rechter vindt dat de bewoner de periodieke aansluitbijdrage niet kan terugvorderen van Ennatuurlijk, omdat dit ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’ zou zijn. De rechter hecht onder meer belang aan het gegeven dat de verplichting is opgelegd door de gemeente, redelijke bedragen zouden zijn betaald (tegen een forse rente), er precedentwerking zou zijn, Ennatuurlijk zich aan de tariefadviezen heeft gehouden (die zij zelf met andere energieleveranciers heeft opgesteld) en sprake zou zijn van een groot financieel gat bij Ennatuurlijk (ondernemersrisico?). Deze overwegingen zijn naar mijn mening boterzacht om te concluderen dat een onverschuldigd betaalde periodieke aansluitbijdrage niet voor terugbetaling in aanmerking zou komen.

Tot besluit

Kort samengevat is de rechtsbescherming van de rechter in Warmtewetzaken nogal fragmentarisch. Met name de gedachte dat de Warmtewet consumentenbelangen beter dient te beschermen en een waarborg zou moeten zijn tegen hogere tarieven, komt in de jurisprudentie nogal eens onvoldoende tot uiting. En dat is alleen al jammer, omdat warmteleveranciers de Warmtewet hebben aangegrepen om de tarieven te verhogen.

Meer informatie

Heeft u naar aanleiding van het voorgaande vragen of behoefte aan advies of een geschil over de Warmtewet, dan kunt u contact opnemen met onze in de Warmtewet gespecialiseerde advocaat Dennis Janssen.

Lees ook

MannaertsAppels Advocaten
Onredelijke betalingstermijnen verder aan banden gelegd
Stefan van der Horst, 01-07-2017
Ondernemingsrecht algemeen
MannaertsAppels Advocaten
Doorstart via pre-pack: alle werknemers gaan mee
Maaike van Santvoort, 28-06-2017
Arbeidsrecht algemeen, Faillissementen, Ondernemingsrecht algemeen
MannaertsAppels Advocaten
Bescherming van werknemers bij pre-pack?!
Maaike van Santvoort, 18-04-2017
Ondernemingsrecht algemeen
MannaertsAppels Advocaten
Franchisegevers hebben verzwaarde informatieplicht!
Sjoerd Tilman, 08-03-2017
Ondernemingsrecht algemeen