Ondernemende advocaten voor de ondernemer

Individuele rechtvaardigheid terug in het ontslagrecht?

In mijn eerdere blog schreef ik al over de billijke vergoeding. De hoogte van deze vergoeding is namelijk afhankelijk van het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Op dat moment was al duidelijk dat de hoogte van de billijke vergoeding volledig in handen lag van de rechter. Toegekende billijke vergoedingen varieerden tussen de € 200,- en € 141.500,- bruto. De vraag bleef in hoeverre de persoonlijke omstandigheden en de gevolgen van het ontslag voor de werknemer een rol mogen spelen bij het vaststellen van de billijke vergoeding.

Op 30 juni 2017 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de wijze waarop de hoogte van de billijke vergoeding moet worden bepaald bij een vernietigbare opzegging. In een nieuwsbericht van de Volkskrant van 3 juli jl. wordt gesteld dat met deze uitspraak ‘de individuele rechtvaardigheid terug is in het ontslagrecht’. 

Wat was er aan de hand?

Een kapster werd na 25 jaar ontslagen toen de kapsalon wisselde van eigenaar. De kapster werkte 4,5 uur per week en verdiende een bruto maandsalaris van € 224,51. Niet alleen werd zij ontslagen tijdens haar vakantie, ook kreeg zij geen transitievergoeding. Na tussenkomst van de rechter, kreeg de kapster een transitievergoeding van € 1.596,00 bruto en daarnaast een billijke vergoeding van € 4.000,00 bruto. Haar advocaat eiste echter een billijke vergoeding van € 57.699,07 bruto, te weten het salaris dat de kapster tot haar pensioen misloopt.

Het bepalen van de billijke vergoeding

Het hof oordeelde eerder in deze kwestie dat de billijke vergoeding voor deze werkgever zo substantieel dient te zijn dat een dergelijk handelen van de werkgever in de toekomst wordt voorkomen. De vergoeding moet een punitief en afschrikwekkend karakter hebben, aldus het hof. Het spreekwoordelijke ‘tikje op de vingers’.

De duur van het dienstverband, die (mede) bepalend is voor de vraag welke gevolgen het ontslag voor de werknemer heeft en die in de transitievergoeding is verdisconteerd, laat het hof als factor voor het bepalen van de billijke vergoeding buiten beschouwing. Daarnaast is zij van oordeel dat (andere) feiten en omstandigheden niet mogen worden meegewogen bij de beoordeling.

De Hoge Raad ziet anders

Volgens de Hoge Raad heeft het hof bij het begroten van de billijke vergoeding het straffende karakter ten onrechte tot uitgangspunt genomen. Mogelijk wordt dit afgeleid uit het feit dat aan de werkgever een ernstig verwijt moet worden gemaakt, maar het volgt niet uit de toelichting van de Wet Werk en Zekerheid.

De Hoge Raad komt kort samengevat tot het oordeel dat alle omstandigheden van het geval, en dus ook de gevolgen van het ontslag voor de werknemer, kunnen meewegen bij de begroting van de billijke vergoeding. In deze zaak oordeelt de Hoge Raad in dat kader dat het hof niet voorbij had mogen gaan aan de stelling van de kapster dat zij zonder het ontslag haar dienstbetrekking tot haar pensioen had kunnen voortzetten.

Individuele rechtvaardigheid terug?

De in de Volkskrant bepleite stelling dat de individuele rechtvaardigheid terug is in het ontslagrecht, gaat wat mij betreft een stap te ver. Voordat een rechter namelijk toekomt aan het wegen van alle (persoonlijke) omstandigheden moet immers eerst de (vrij hoge) drempel van ernstige verwijtbaarheid worden gepasseerd. Wel biedt deze uitspraak rechters de ruimte om meer individueel maatwerk toe te passen bij ontslag.

In bovenstaande casus zal de billijke vergoeding in ieder geval opnieuw worden bepaald door het hof ’s-Hertogenbosch. Is de eis van bijna € 60.000,- bruto bij een bruto maansalaris van slechts € 224,51 bruto billijk? We gaan het zien.

Tip voor de werkgever

Bij het vaststellen van de billijke vergoeding gaat het er uiteindelijk om dat de werknemer op een juiste wijze gecompenseerd wordt voor de gevolgen van de vernietigbare opzegging. In dit kader spreekt de Hoge Raad over een vergelijking tussen de situatie zonder de vernietigbare opzegging en de situatie waarin de werknemer zich thans bevindt. Hierdoor kunnen omstandigheden zoals inkomstenderving, kansen op de arbeidsmarkt en de periode tot aan de pensioengerechtigde leeftijd worden meegewogen. Werkgevers lopen dus een risico een hogere billijke vergoeding te moeten betalen. Laat u daarom goed informeren wanneer u voornemens bent een werknemer te ontslaan.

Meer informatie
Mocht u vragen hebben over dit onderwerp, neem dan contact op met Astrid Jansen of een van de andere arbeidsrechtadvocaten van ons kantoor.

Lees ook

Versoepelingen op de werkvloer? Werkgevers opgelet!
Astrid Jansen, 09-06-2021
Arbeidsrecht
De riekende medewerker, reden voor ontslag?
Madelein van der Velden, 03-06-2021
Arbeidsrecht
Het recht op onbereikbaarheid
Janneke Jacobs, 20-05-2021
Arbeidsrecht