Ondernemende advocaten voor de ondernemer

Een einde aan het slapend dienstverband?

Vanochtend heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op de gestelde prejudiciële vragen over het slapend dienstverband. Vormt dit het afsluitend hoofdstuk over dit veelbesproken thema?

Huidige problematiek

Momenteel is het zo dat veel werkgevers de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet beëindigen om te voorkomen dat ze deze werknemers een transitievergoeding moeten betalen. Dit resulteert in een zogeheten slapend dienstverband. Werknemers blijven formeel in dienst, maar verrichten geen werkzaamheden en krijgen niet betaald. Een praktijk die voor de langdurig arbeidsongeschikte werknemers ongewenst is, waardoor er veel over te doen is geweest. Er zouden duizenden Nederlanders een slapend dienstverband hebben.

Prejudiciële vragen Hoge Raad

Om toch een beëindiging van het dienstverband te realiseren, hebben verschillende werknemers procedures aangespannen om hun werkgever te dwingen tot een beëindiging van het dienstverband met betaling van de transitievergoeding. Procedures met steeds wisselend resultaat. Om die reden werden zogenaamde prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. De vraag die aan de Hoge Raad voorlag was of een werkgever op grond van goed werkgeverschap gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer om een slapend dienstverband te beëindigen, onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer.

De Hoge Raad is daar duidelijk over in zijn uitspraak. Een werkgever moet op grond van het goed werkgeverschap inderdaad instemmen met een voorstel tot beëindiging van het dienstverband met een langdurig zieke werknemer. De werkgever moet daarbij ook de wettelijke transitievergoeding betalen. Daarbij merkt de Hoge Raad wel op dat die transitievergoeding niet meer behoeft te bedragen dan de hoogte van de transitievergoeding op het moment dat de werkgever voor het eerst de langdurig arbeidsongeschikte werknemer zou  kunnen ontslaan. Normaal gesproken is dat na 104 weken ziekte aan de orde.

De opbouw van de transitievergoeding loopt volgens de wet door tot beëindiging van het dienstverband. Werknemers die al lang in een slapend dienstverband zitten zouden daardoor nu recht hebben op een hogere transitievergoeding dan toen zij 104 weken arbeidsongeschikt waren. De Hoge Raad vindt dus dat de werkgever bij een voorstel van de werknemer tot beëindiging met wederzijds goedvinden dat verschil in de transitievergoeding niet zou moeten betalen. Wel moet de werkgever dus volgens de Hoge Raad instemmen met een voorstel tot beëindiging met wederzijds goedvinden.

In uitzonderingsgevallen hoeft een werkgever niet mee te werken aan een voorstel tot beëindiging als de werkgever daar gerechtvaardigde belangen bij heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval als er nog een reële mogelijkheid tot re-integratie is.

Compensatie

Per 1 april 2020 is het voor werkgevers mogelijk om de te betalen transitievergoeding gecompenseerd te krijgen. Dit moet er volgens de wetgever toe leiden dat werkgevers wel overgaan tot beëindiging van het dienstverband met arbeidsongeschikte werknemers. Vooralsnog wachten werkgevers toch vaak af, omdat ze anders de transitievergoeding moeten voorfinancieren. De vergoedingen worden namelijk pas 1 april 2020 gecompenseerd. Daarover merkt de Hoge Raad op dat als dat voorfinancieren leidt tot grote problemen, daarover afspraken gemaakt kunnen worden door de transitievergoeding pas na 1 april 2020 te betalen.

Voor het compensatieverzoek is vereist dat u de relevante stukken over de ziekteperiode en beëindiging indient. Weten welke documenten u moet bewaren voor een compensatieverzoek? Lees het in ons artikel dat u hieronder kunt downloaden.

Let op

Als gevolg van deze uitspraken verwachten we dat veel werknemers die momenteel in slapende dienstverbanden verkeren, zich vermoedelijk nog voor 1 januari 2020 tot hun werkgever gaan wenden met het verzoek in te stemmen met een beëindiging met wederzijds goedvinden en betaling van de wettelijke transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding wijzigt namelijk per 1 januari 2020, zodat veel werknemers zich nog voor 1 januari 2020 tot u zullen wenden. Na 1 januari 2020 zullen de transitievergoedingen over het algemeen veel lager uitvallen.

De Hoge Raad oordeelt dat de transitievergoeding bij een beëindiging met wederzijds goedvinden niet meer behoeft te bedragen dan na 104 weken ziekte het geval is. Volgens de wet loopt de opbouw echter wel door, dus het is de vraag hoe een rechter daarover oordeelt. Toch niet het laatste hoofdstuk dus?

Meer informatie
Heeft u vragen over ontslag of de transitievergoeding? Neem dan contact op met Janneke Jacobs of een van de andere arbeidsrechtspecialisten.

Lees ook

Te warm om te werken?!
Janneke Jacobs, 26-07-2019
Arbeidsrecht
Schadevergoeding Chroom-6 in Tilburg: de verdere afwikkeling
Stijn Kerkhof, 01-02-2019
Aansprakelijkheid, Arbeidsrecht, Letselschade