Ondernemende advocaten voor de ondernemer

De en/of-rekening met een failliete derde: een gepeperde rekening

Stel: u heeft een en/of-rekening met iemand die failliet gaat. Het gehele vermogen van de failliet valt onder het algemene faillissementsbeslag. Geldt dit ook voor het positieve saldo op een en/of-rekening die u heeft met de failliet? Sharon de Rijder legt het u graag uit.

Casus: en/of rekening failliet met ouder

Mevrouw A heeft een en/of-betaalrekening bij de bank met haar zoon, de heer B. Dit hebben ze al 15 jaar zo geregeld. Indien zich een onverwachte situatie zou voordoen bij mevrouw A, kan de heer B gemakkelijk geld opnemen voor zijn moeder.

De heer B heeft een eenmanszaak. Op een gegeven moment wordt zijn faillissement uitgesproken. Vervolgens stuurt de curator een mailing naar de banken met het verzoek alle bankrekeningen op naam van de heer B te blokkeren en de gelden die op de bankrekeningen van de heer B staan over te maken naar de boedelrekening.

Mevrouw A wil op enig moment geld pinnen, maar haar bankrekening blijkt geblokkeerd. Wanneer zij naar de bank gaat om te vragen waarom ze geen geld kan pinnen, blijkt dat al haar gelden zijn overgemaakt naar de boedelrekening in het faillissement van haar zoon. Echter, de heer B heeft nooit gelden gestort op de en/of-rekening en heeft de rekening nooit gebruikt. Mevrouw A is de enige die de bankrekening gebruikte en de enige die gelden op de rekening heeft bijgeschreven, wat de bankafschriften ook aantonen. Kan mevrouw A haar gelden terugkrijgen of vallen deze in de boedel van het faillissement van haar zoon?

Valt de en/of-rekening in de boedel van het faillissement?

Artikel 20 van de Faillissementswet beschrijft als volgt: “Het faillissement omvat het gehele vermogen van de schuldenaar ten tijde van de faillietverklaring, alsmede hetgeen hij gedurende het faillissement verwerft.”

De Hoge Raad[1] heeft in 1999 geoordeeld dat bedragen die vóór de faillietverklaring op een rekening ten name van de failliet en een derde zijn gestort, tot het vermogen van deze personen zijn gaan behoren. Bovendien vormen deze bedragen geen afgescheiden vermogen van de failliete boedel. Ook indien de bedragen die bijgeschreven zijn op de en/of-rekening nog geheel of gedeeltelijk kunnen worden geïdentificeerd (bijvoorbeeld doordat op bankafschriften steeds één persoon staat die telkens gelden overmaakt naar deze rekening), betekent dit niet dat er sprake is van een afgescheiden vermogen door één van de rekeninghouders. De Hoge Raad verwijst hierbij naar eerdere rechtspraak[2] inzake Notaris Slis-Stroom.

In de zaak Notaris Slis-Stroom had een koper van een registergoed de voor de verkoper bestemde koopsom gestort op de bankrekening van de notaris via wie de transactie liep. De notaris ging vervolgens failliet voordat het tot doorbetaling van het gestorte bedrag aan de verkoper was gekomen. Het gestorte bedrag valt dan in beginsel in de failliete boedel van de notaris. Beslissend is, aldus de Hoge Raad, dat het geld deel van het vermogen van de notaris is gaan uitmaken. Daarbij is niet de weg gekozen van storting van het bedrag op een afzonderlijke rekening ten name van de notaris met vermelding van diens hoedanigheid van opdrachtnemer van de betreffende koper en verkoper, noch een – voor wat betreft het afgescheiden blijven van het overgemaakte bedrag van het vermogen van de notaris – daarmee gelijk te stellen weg. Ook volgt de lagere rechtspraak tot op heden nog steeds de voornoemde rechtsregels uit de arresten van de Hoge Raad.

Van belang is ook dat de en/of-rekening geen gemeenschap vormt. Indien bijvoorbeeld sprake is van een gemeenschap in de zin van een maatschap, gelden andere regels. Dan is artikel 56 van de Faillissementswet van toepassing. Dit artikel heeft als doel te voorkomen dat de boedel wel het aan de deelgenoot toekomende aandeel in de baten krijgt, maar niet het evenredige aandeel in de schulden betaalt.

De conclusie is dat de gelden op de en/of-rekening die een derde heeft met een failliet aan de boedel toekomen. In bovenstaande casus betekent dit dat mevrouw A gedupeerd wordt door het faillissement van haar zoon. Mevrouw A kan slechts een concurrente vordering indienen bij de curator. Mevrouw A deed er verstandig aan om haar zoon een volmacht te verlenen voor haar bankrekening. De gemachtigde kan namelijk uit naam van de rekeninghouder betaalopdrachten doen, maar de bankrekening blijft altijd op naam van de rekeninghouder staan. Zorg daarom dat u uw zaken goed geregeld hebt, want de en/of-rekening blijkt een gepeperde rekening wanneer het faillissement van de andere rekeninghouder wordt uitgesproken.

Meer weten?
Heeft u vragen over voornoemde onderwerpen? Neem gerust contact op met Sharon de Rijder of één van haar collega’s van de sectie ondernemingsrecht.

[1] Hoge Raad, 21-05-1999, JOR 1999/157.

[2] HR 3 februari 1984, NJ 1984, 752 (Notaris Slis-Stroom).

Lees ook

Maikel Brok advocaat ondernemingsrecht MannaertsAppels tilburg
De melding betalingsonmacht: bestuurders ben alert!
Maikel Brok, 05-01-2018
Bestuurdersaansprakelijkheid, Faillissementen
Doorstarten na faillissement: pre-pack of ‘gewone doorstart’?
Maaike van Santvoort, 24-10-2017
Faillissementen, Ondernemingsrecht
Doorstart via pre-pack: alle werknemers gaan mee
Maaike van Santvoort, 28-06-2017
Arbeidsrecht, Faillissementen, Ondernemingsrecht
Janneke Jacobs advocaat arbeidsrecht MannaertsAppels Tilburg
Doorstart na faillissement: wat heeft de OR te zeggen?
Janneke Jacobs, 16-06-2017
Arbeidsrecht, Faillissementen
Maikel Brok advocaat ondernemingsrecht MannaertsAppels tilburg
Wijziging termijnen voor opmaken en openbaar maken van jaarrekeningen
Maikel Brok, 29-01-2016
Bestuurdersaansprakelijkheid, Faillissementen, Ondernemingsrecht