Ondernemende advocaten voor de ondernemer

Airbnb mag tóch dubbele bemiddelingskosten rekenen

De Hoge Raad heeft op 19 november jl. geoordeeld dat Airbnb in Nederland tóch niet in strijd handelt met de wet, door zowel bij huurders als bij verhuurders bemiddelingskosten in rekening te brengen. Dit in tegenstelling tot de Rechtbank Amsterdam, waar ik eerder een blog over schreef.

Achtergrond

Door de Rechtbank Amsterdam werd dus nog geoordeeld dat Airbnb ten onrechte bemiddelingskosten in rekening bracht bij huurders en de verhuurders die via het digitale platform accommodaties te huur aanboden. Bij Airbnb is de praktijk dat verhuurders bij daadwerkelijke verhuur een bepaald percentage van de totale huursom aan Airbnb afdragen, en huurders daarvoor op hun beurt servicekosten betalen. In het verleden heeft de Hoge Raad bepaald dat de op dat moment bestaande praktijk dat huurbemiddelaars van twee partijen, dus zowel van verhuurders, als van huurders, courtage ontvingen (en zich daarmee in feite dubbel lieten betalen), niet was toegestaan.

Hoe kijkt de Hoge Raad nu aan tegen die praktijk bij Airbnb?

De kantonrechter in Rotterdam heeft in een procedure tussen een huurder en Airbnb over deze kosten,  een aantal (zogeheten) prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd, met betrekking tot de handelwijze van Airbnb.

De Hoge Raad heeft nu beslist dat Airbnb tóch bemiddelingskosten bij de beide partijen (huurder en verhuurder) in rekening mag brengen. De Hoge Raad meent op basis van de wetsgeschiedenis dat de regel, dat geen bemiddelingskosten bij beide partijen in rekening mogen worden gebracht, betrekking heeft op de huur van woonruimte. In het verleden zou daarbij ten onrechte geen aandacht zijn besteed aan de vraag of ‘kortetermijnverhuur’ van een woning of een gedeelte daarvan (voor niet-bewoningsdoeleinden), denk dan aan vakantiereizen, zakelijke reizen of familiebezoek, ook onder dit verbod zouden moeten vallen.

De Hoge Raad oordeelt van niet en stelt dat deze regeling niet verder moet strekken dan het doel waarvoor het destijds in leven is geroepen, namelijk het tegengaan van de bestaande misstanden bij de bemiddeling op de woningmarkt.

De regel geldt naar het oordeel van de Hoge Raad dus niet bij bemiddeling die ziet op het voor korte termijn (ver)huren van accommodaties (dus niet voor bewoning), en daarmee ook niet voor de accommodaties die voor korte termijn worden aangeboden op een online platform zoals dat van Airbnb.

De Hoge Raad meent dat ook voor het overige geen sprake is van een (zogenoemd) ‘oneerlijk beding’ in consumentenovereenkomsten, omdat de consument (de huurder) bij Airbnb voldoende duidelijk wordt geïnformeerd over de hoogte van de servicekosten bij het aangaan van een daadwerkelijke overeenkomst, aan de hand daarvan vervolgens zelf kan beslissen om wel of niet een overeenkomst aan te gaan.

Dit oordeel van de Hoge Raad is een flinke tegenvaller voor de vele huurders van Airbnb die zich hadden aangemeld voor een massaclaim tegen Airbnb van, naar ik begrijp, vele miljoenen. In Dublin zullen ze daar bij Airbnb ongetwijfeld blij mee zijn.

Meer weten?
Wilt u meer weten over het in rekening brengen van (bemiddelings)kosten bij huurders, dan wel over bij u in rekening gebrachte (bemiddelings)kosten, dan kunt u contact opnemen met Moniek de Cock of één van de andere vastgoedspecialisten van ons kantoor.

Lees ook

Corona en (tijdelijke) huurkorting
Moniek de Cock, 29-04-2021
Vastgoed
Eerste vonnis in een bodemprocedure over huurbetaling in tijden van corona
Jaap Paijmans, 29-01-2021
Ondernemingsrecht, Vastgoed
Welke gevolgen heeft de WHOA voor het huurrecht?
Jaap Paijmans, 26-10-2020
Faillissementen, Ondernemingsrecht, Vastgoed