Ondernemende advocaten voor de ondernemer

Heeft de agent altijd recht op een klantenvergoeding bij het eindigen van een agentuurovereenkomst?

De Hoge Raad heeft op 19 mei 2017 een arrest gewezen over het recht van de agent op de klantenvergoeding bij beëindiging van een agentuurovereenkomst. Volgens de Hoge Raad moet eerst worden beoordeeld of dat recht überhaupt ontstaat voordat wordt toegekomen aan de berekening van de hoogte daarvan.

Agentuurovereenkomst

Een agentuurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij (de agent) voor een andere partij (de principaal) voor een bepaalde of een onbepaalde termijn tegen een beloning (commissie) bemiddelt bij de totstandkoming van overeenkomsten, die eventueel op naam en voor rekening van de principaal worden gesloten.

Bij beëindiging van een dergelijke overeenkomst heeft de agent volgens de wet in beginsel recht op een klantenvergoeding. Hiervan kan niet ten nadele van de agent in de agentuurovereenkomst worden afgeweken. De klantenvergoeding komt toe aan de agent voor het geval zijn dienstverlening heeft geleid tot uitbreiding van de klantenkring van de principaal of tot belangrijke omzetstijgingen van de principaal. Daarnaast moet de betaling van de klantenvergoeding billijk zijn, gelet op alle omstandigheden van het geval.

Driefasentoets voor bepaling van de hoogte van de klantenvergoeding

Voor het vaststellen van de hoogte van de klantenvergoeding wordt de driefasentoets toegepast, zoals geformuleerd in het T-Mobile arrest uit 2012.

In de eerste fase dienen de voordelen die de principaal ontleent aan de door de agent aangebrachte of geïntensiveerde klantrelaties te worden gekwantificeerd. Het voordeel van de principaal wordt vastgesteld op basis van de in de laatste twaalf maanden door de agent verdiende bruto-provisie betreffende de nieuwe en geïntensiveerde bestaande klanten.

In de tweede fase wordt beoordeeld of er reden bestaat het vastgestelde bedrag aan te passen met het oog op de billijkheid. Hierbij moeten alle omstandigheden van het geval worden meegenomen. Met name wordt gelet op de door de agent gederfde provisie, de duur van het voordeel dat de principaal naar verwachting aan de transacties met genoemde klanten kan ontlenen en het verloop van het klantenbestand.

Als laatste wordt in fase drie gekeken of het maximumbedrag van artikel 7:442 lid 2 BW niet wordt overschreden.

Hoge Raad

De Hoge Raad heeft bij genoemd arrest verduidelijkt dat vóórdat de hoogte van de klantenvergoeding kan worden berekend (aan de hand van de hierboven omschreven driefasentoets), eerst gekeken dient te worden of een agent überhaupt recht heeft op enige klantenvergoeding. Om in aanmerking te komen voor een klantenvergoeding dient de agent eerst aannemelijk te maken dat de principaal van de in het verleden aangebrachte klanten, of van klanten waarmee de agent de overeenkomsten heeft uitgebreid, nog in relevante mate nieuwe transacties kan verwachten.

De klantenvergoeding is namelijk bedoeld om de agent te compenseren voor een dergelijk toekomstig voordeel dat de principaal kan ontlenen aan de klandizie die door de agent in het verleden is aangebracht, terwijl de agent door beëindiging van de agentuurovereenkomst voor nieuwe transacties geen commissie meer verkrijgt.

In de zaak van het arrest had de agent onvoldoende aangetoond dat de principaal van door hem aangebrachte klanten, of van klanten waarmee hij de overeenkomsten heeft uitgebreid, nog in relevante mate nieuwe transacties kon verwachten. In feite had de agent vooral gezorgd voor eenmalige transacties, waarbij de klanten hun keuze voor de principaal (een touroperator) over het algemeen hadden gebaseerd op de prijs. Er was geen reden om te veronderstellen dat die klanten ook weer opnieuw een reis zouden boeken bij de principaal. Bovendien had de agent geen adresgegevens ter beschikking gesteld waarmee de principaal deze klanten bijvoorbeeld kon benaderen. Wanneer toekomstig voordeel uit door de agent aangebrachte klandizie dus niet aannemelijk is, is er geen aanleiding om de agent te compenseren voor commissie die hij zal missen uit toekomstige transacties.

 

Meer informatie?
Wilt u meer weten over agentuurovereenkomsten of de klantenvergoeding? Neem dan contact op met Maaike van Santvoort of een van de andere ondernemingsrechtadvocaten van ons kantoor.

Tip

Op het moment dat een agentuurovereenkomst eindigt, dient allereerst goed te worden nagegaan of de agent recht heeft op enige klantenvergoeding voordat partijen overgaan tot het berekenen van en onderhandelen over de klantenvergoeding. Bekijk hier meer tips over de totstandkoming van overeenkomsten.

Read also

Wetsvoorstel Franchise: de franchiseovereenkomst in de wet
Astrid Jansen, 10-04-2020
Ondernemingsrecht
De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW): details en uitvoering
Madelein van der Velden, 31-03-2020
Arbeidsrecht, Ondernemingsrecht
Impact van het coronavirus op de werkvloer
Annemieke Siebrand, 12-03-2020
Arbeidsrecht, Geen onderdeel van een categorie, IE/ICT/Privacy, Ondernemingsrecht